Zzp’ers werken op grond van een overeenkomst van opdracht. Vaak vraagt een opdrachtgever om een VAR. Deze Verklaring Arbeidsrelatie geeft klanten en opdrachtgevers zekerheid over de zelfstandigheid van de opdrachtnemer. Op basis van de VAR betaalt de opdrachtgever geen loonheffingen of premies voor de werkzaamheden van een zzp’er.

Per 1 mei 2016 vindt er een wetswijziging plaats waardoor de VAR verdwijnt. Dit betekent dat opdrachtnemers geen VAR meer kunnen aanvragen. Daarmee komt dus ook een einde aan de zekerheid van de zelfstandigheid van de opdrachtnemer.

Vanaf 1 mei 2016 zal de Belastingdienst de overeenkomsten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer beoordelen en bepalen of de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden en betalen. Nu de VAR verdwijnt, loopt de opdrachtgever dus een concreet risico. Het is daarom van groot belang dat de overeenkomsten met de zzp’er in overeenstemming zijn met de wettelijke vereisten.

Zeker nu in jurisprudentie steeds vaker sprake is van ‘schijnzelfstandigen’. Indien voldaan wordt aan de criteria van een arbeidsovereenkomst (persoonlijke arbeid, gezagsverhouding en vergoeding) kan een zzp’er volgens de wet toch een werknemer zijn.

Recentelijk overwoog de kantonrechter Noord-Holland (18 december 2015, JAR 2016, 6) dat ondanks het feit dat de bedoeling van partijen erop gericht leek om geen arbeidsovereenkomst aan te gaan en ondanks de VAR, er toch sprake was van een arbeidsovereenkomst. Volgens de kantonrechter hanteerde de opdrachtgever zeer strakke kaders, was er economische afhankelijkheid en nauwelijks ruimte om over de kaders te onderhandelen. Er ontstond daardoor eerder het beeld van een gezagsverhouding dan van zelfstandig ondernemerschap.

Doorslaggevende criteria bij deze overweging waren dat de gedetailleerde instructies van opdrachtgever weinig ruimte gaven voor eigen invulling van de werkzaamheden, dat geen sprake was van ondernemingsvrijheid, de opdrachtnemer zich alleen door vooraf goedgekeurde mensen mocht laten vervangen, de opdrachtnemer uitsluitend voor opdrachtgever werkzaamheden verricht en dat hij op werkdagen niet voor derden mocht werken.

Uit deze uitspraak blijkt dat ook de VAR geen volledige zekerheid kan geven over de zelfstandigheid van de opdrachtnemer. Uiteindelijk dient, zoals het hof Arnhem-Leeuwaren d.d. 18 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2199, overwoog, te worden gekeken naar de partijbedoeling en de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven dus doorslaggevend.

Het verdwijnen van de VAR is dus een extra reden om de overeenkomsten met zzp’ers onder de loep te nemen. De bewuste keuze voor een zelfstandige moet immers niet uitmonden in een werknemersrelatie.

Door: mr. Marjolein van Vliet