Werknemer is vice-president van een bedrijf dat zich richt op het ontwerpen en produceren van chips. De arbeidsovereenkomst met concurrentiebeding is schriftelijk tot stand gekomen. Aan het schriftelijkheidsvereiste is dus voldaan. Werkgever houdt werknemer aan het concurrentiebeding. Door de uitleg die werkgever aan het concurrentiebeding geeft, wordt de werknemer zozeer beperkt in zijn mogelijkheden werkzaam te zijn dat dit voor hem feitelijk onmogelijk wordt. Dat werknemer bedoeld heeft een dergelijk beding aan te gaan, wordt betwist en kan worden gezien als een vergaande inbreuk op zijn grondrecht van vrije arbeidskeuze. Werknemer wordt onbillijk benadeeld, terwijl hij bij zijn nieuwe werkgever een aanzienlijke positieverbetering zal krijgen. Het concurrentiebeding wordt geschorst totdat in de bodemprocedure uitspraak is gedaan.