A verricht werkzaamheden ten behoeve van B. Partijen zijn het eens over de verschuldigde prijs, maar hebben geen betalingstermijn afgesproken. Artikel 6:119a lid 2 BW bevat in dat geval een regeling voor de ingangsdatum van de wettelijke handelsrente: 30 dagen na ontvangst van de factuur. A heeft echter nooit een factuur gestuurd aan B, maar slechts verzocht om betaling. Partijen verschillen van mening over het moment dat de wettelijke handelsrente is gaan lopen. De Hoge Raad overweegt dat de bedoelde wettelijke bepaling een implementatie is van de Europese Richtlijn 2011/7/EU en omdat op basis daarvan geen factuur is vereist, dit ook geldt voor de wettelijke bepaling. B is dus wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf 30 dagen na ontvangst van het betalingsverzoek van A.