De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) is ruim een jaar geleden in werking getreden en houdt de gemoederen flink bezig. De WWZ heeft geleid tot een verandering van het vergoedingsstelsel in het ontslagrecht. De werknemer heeft nu recht op een transitievergoeding als hij twee jaar of langer in dienst is geweest bij een werkgever met een vast of tijdelijk contract. Als voorwaarde geldt wel dat de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt of dat de werknemer de arbeidsovereenkomst beëindigt omdat de werkgever een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In het laatste geval kan de rechter aan de werknemer daarnaast nog een extra vergoeding toekennen, de zogenaamde ‘billijke vergoeding’. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van de lengte van het dienstverband en het salaris van de werknemer. De billijke vergoeding laat zich daarentegen minder eenvoudig vaststellen. Vaak is het voor de werkgever een raadsel hoe hoog deze vergoeding zal zijn.

Het nieuwe ontslagrecht heeft bovendien als gevolg dat gedegen dossieropbouw door de werkgever nog belangrijker is om de werknemer te kunnen ontslaan. Deze strenge eis gold al in de jurisprudentie, maar is nu ook vastgelegd in de wet. Onder het nieuwe recht kan de werkgever de werknemer vaak niet ontslaan, omdat deze drempel voor de werkgever te hoog is. Vroeger werd dat gerepareerd door een hoge kantonrechtersformulevergoeding. Echter, onder het nieuwe recht kan de kantonrechter in een ontbindingsprocedure ook niets voor de werkgever betekenen, omdat de WWZ de rechter minder mogelijkheden tot maatwerk biedt. Dit heeft tot ongewenst gevolg dat de arbeidsovereenkomst moet blijven bestaan.

Wij bemerken dat ook kantonrechters ‘stoeien’ met het nieuwe ontslagrecht en de verschillende vergoedingen. Zo kende een Amsterdamse kantonrechter onlangs nog een billijke vergoeding toe aan een werknemer ter hoogte van de ‘oude’ kantonrechtersformule. Dit heeft rechtsonzekerheid tot gevolg. Juist omdat er veel onduidelijkheid bestaat over de toepassing van de transitievergoeding, billijke vergoeding en de ‘oude’ kantonrechtersformule, staat Punt & Van Hapert Advocaten u graag bij met advies.

Door: mr. Eveline Londeman