Een (statutair) bestuurder heeft – in tegenstelling tot de ‘gewone’ werknemer – naast een arbeidsrechtelijke relatie (bijvoorbeeld in de vorm van een arbeids- of managementovereenkomst) eveneens een vennootschapsrechtelijke relatie met (de vennootschap van) de werkgever. De vennootschappelijke relatie is het gevolg van benoeming van de (statutair) bestuurder door de algemene vergadering van de vennootschap van de werkgever.

Om een (statutair) bestuurder te kunnen ontslaan, moeten dus twee relaties worden verbroken. In de praktijk wordt een bestuurder vaak ontslagen in de algemene vergadering middels een ontslagbesluit. De vraag is wat er dan met de arbeidsrechtelijke relatie gebeurt.

De Hoge Raad heeft zich hierover uitgelaten in de zogenaamde 15-april arresten en heeft daarin bepaald dat het vennootschapsrechtelijk ontslag van de bestuurder (het ontslagbesluit) tevens de beëindiging van de arbeidsovereenkomst betekent, tenzij sprake is van een opzegverbod of indien partijen anders zijn overeengekomen. Dit geldt ook als de bestuurder zelf zijn functie als bestuurder neerlegt. Partijafspraken kunnen dus van cruciaal belang zijn voor de vraag of de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

De rechtspraak is verdeeld over de analoge toepassing van de 15-april arresten voor de bestuurder met een managementovereenkomst. Een ontslagbesluit betekent niet altijd ook beëindiging van de managementovereenkomst. Het takenpakket en de afspraken die partijen hebben gemaakt, zijn daarbij doorslaggevend. De inhoud van de managementovereenkomst is dus van groot belang voor de vraag of de arbeidsrechtelijke relatie eveneens is geëindigd.

De samenloop van arbeidsrechtelijk en vennootschapsrechtelijk ontslag bij de (statutair) bestuurder geeft dus mogelijkheid voor de discussie over beëindiging van de functie van (statutair) bestuurder. Indien u – zowel als vennootschap en werkgever als bestuurder – zekerheid wenst over de beëindiging, kunt u altijd contact met ons opnemen. Punt & Van Hapert Advocaten staat u graag bij voor advies.