Wegens een toegenomen draagkracht wordt er een hogere kinderalimentatie vastgesteld (van EUR 280,– naar EUR 438,– per maand). De man maakt zich gelet op het deel van de huwelijkse schulden waarvoor de vrouw draagplichtig is, grote zorgen of de hogere kinderalimentatie wel wordt besteed aan de kinderen. De vrouw laat na inzicht te geven in aflossing hiervan. De man heeft op verzoek van de vrouw zijn aandeel in de huwelijkse schuld al tot 2020 voldaan. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat de vrouw financiële problemen heeft. De rechtbank vindt de zorg van de man of de hogere kinderalimentatie wel aan de kinderen wordt besteed terecht. De rechtbank is daarom van oordeel dat het deel dat de man meer moet gaan betalen, op een aparte (kinder)betaalrekening dient te worden gestort, waar beide partijen toegang toe hebben. Zo heeft de man inzage in de wijze waarop de vrouw kinderalimentatie besteedt en hoe de vrouw de man niet steeds te vragen om een extra bijdrage voor de kinderen als zij meer kosten heeft.