Het hof oordeelt dat er geen grond aanwezig is om nu nog partneralimentatie vast te stellen. Het vaststellen van partneralimentatie is een discretionaire bevoegdheid van de rechter en niet een recht waar zonder mee aanspraak op kan worden gemaakt. Het uitgangspunt is immers dat eenieder in zijn eigen levensonderhoud dient te voorzien. De samenleving is al 15 jaar geleden beëindigd. Het feit dat partijen toentertijd nog niet gescheiden waren, staat niet in de weg aan het afnemen van de lotsverbondenheid nu zij in 2002 duurzaam uit elkaar zijn gegaan. Gezien het tijdsverloop en de omstandigheid dat de vrouw al die jaren financieel onafhankelijk is, is er een einde gekomen aan de lotsverbondenheid. De behoefte van de vrouw moet niet meer worden gerelateerd aan de welstand van de huwelijkse samenleving maar aan de welstand waarin de vrouw sinds het uiteengaan in 2002 heeft geleefd.