In een intentieovereenkomst worden de voorlopige afspraken vastgelegd tussen partijen die van plan zijn een overeenkomst aan te gaan, zoals bijvoorbeeld een koopovereenkomst. Veel gebruikte varianten zijn een memorandum of understanding en een letter of intent. Bij al deze vormen kan onderscheid worden gemaakt tussen een bindende of niet bindende intentieovereenkomst. Bij een bindende intentieovereenkomst is er in feite al een overeenkomst gesloten.

In een uitspraak van de Rechtbank Den Haag ligt de vraag voor of een intentieovereenkomst (in de vorm van een memorandum of understanding) ten aanzien van de verkoop van aandelen in SnowWorld moet worden uitgelegd als bindende of niet bindende overeenkomst.

Primaire eis: intentieovereenkomst

Eiser heeft de vordering van de oorspronkelijke (potentiële) koper overgenomen. Dit wordt cessie genoemd. In de procedure stelt eiser primair dat de intentieovereenkomst moet worden uitgelegd als koopovereenkomst en dat gedaagde(n) de aandelen moet(en) leveren.

De rechtbank overweegt dat de taalkundige betekenis van de overeenkomst van belang kan zijn, maar dat beslissend blijft de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en van elkaar mochten verwachten.

De tekst van de intentieovereenkomst geeft allereerst een concrete aanwijzing dat partijen de bedoeling hadden om wederzijdse intenties en voornemens voor een mogelijke verkoop van de aandelen in SnowWorld aan de (potentiële) koper vast te leggen. Er wordt onder andere geen verplichting tot verkoop en levering vastgelegd maar slechts de ‘planned purchase’ en ‘the plannend acquistion’. Daarnaast wordt in de intentieovereenkomst bepaald dat een afzonderlijke, pas later op te maken ‘purchase agreement’ eerst nog ‘subject to the approval of the board of directors’ is. Bovendien beschrijft de akte van cessie ‘the intention (…) to purchase’.

Ook overweegt de rechtbank dat er in de intentieovereenkomst een tijdlijn is opgenomen voor het nader onderzoeken en uitwerken van de intenties en voornemens van koper. Zo is er onder andere een uiterlijke datum opgenomen waarop de due diligence succesvol moet zijn afgerond en de koopovereenkomsten moeten zijn gesloten die zijn onderworpen aan de goedkeuring van de bestuurders van verkoper en koper.

Het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie dat op grond van de intentieovereenkomst geen leveringsverplichting is ontstaan.

Het feit dat de (potentiële) koper nog handelingen heeft verricht na de strakke deadlines uit de intentieovereenkomst leidt niet tot een andere conclusie, nu nergens uit blijkt dat de strakke termijnen die in de intentieovereenkomst zijn gesteld door de verkoper zijn verlengd.

Subsidiaire eis: mondelinge koopovereenkomst

Subsidiair stelt eiser zich op het standpunt dat partijen op 7 maart 2017 een mondelinge overeenkomst hebben gesloten tot de verkoop van de aandelen. Dit standpunt wordt onderbouwd door een transcriptie van het gesprek. Gedaagden betwisten dat er tijdens dit gesprek overeenstemming is bereikt.

De rechtbank overweegt dat voorop staat dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en aanvaarding. Zonder overeenstemming over de essentiële elementen van de een overeenkomst komt, bij gebreke van voldoende bepaalbaarheid, geen overeenkomst tot stand. De vraag wat de essentialia van de overeenkomst zijn hangt af van de bedoeling van partijen, van het al dan niet bestaan van het voornemen tot verder onderhandelen en de verdere omstandigheden van het geval.

Uit de transcriptie volgt dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de prijs van de aandelen, de levering, betaling en de omvang en de structuur van de transactie. Geconcludeerd wordt dan ook dat partijen geen overstemming hebben over de essentiële elementen van de overeenkomst. Ook de subsidiaire vordering van eiser wordt daarom afgewezen.

Of een intentieovereenkomst al dan niet als bindend dient te worden beschouwd is afhankelijk van diverse factoren, waaronder de tekst van intentieovereenkomst, het gedrag van partijen tijdens de onderhandelingen , de aanwezigheid van specifieke voorbehouden, maar ook het opnemen van de essentialia van de overname en de gedetailleerdheid van de afspraken. 

Wilt u graag de intentie om een overeenkomst te sluiten schriftelijk vastleggen? Punt & Van Hapert helpt u graag bij het opstellen van een intentieovereenkomst zodat u achteraf niet voor verassingen komt te staan.

Rechtbank Den Haag 22 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:14248

Door: Judith Schol